ECLI:NL:PHR:2014:1724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens persoonsverwisseling bij aanhouding en verhoor
De aanvrager is bij arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. Deze veroordeling is onherroepelijk geworden na verwerping van het cassatieberoep door de Hoge Raad. De aanvraag tot herziening is gebaseerd op de stelling dat bij de aanhouding op 2 juni 2008 een ander, de broer van de aanvrager, zich voor hem heeft uitgegeven omdat hij een openstaande straf had.
De aanvraag bevat verklaringen van betrokkenen die bevestigen dat de broer van de aanvrager zich heeft voorgedaan als de aanvrager bij de aanhouding. Proces-verbaal van bevindingen en verhoren tonen dat de verbalisant niet met zekerheid kan zeggen of de aangehouden persoon daadwerkelijk de aanvrager was. Ook verschillen de handtekeningen op het proces-verbaal van verhoor van 2008 en het latere verhoor van de aanvrager aanzienlijk.
Gezien deze feiten en het vermoeden van persoonsverwisseling, concludeert de Hoge Raad dat indien deze gegevens bij het hof bekend waren geweest, dit tot vrijspraak had kunnen leiden. Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor behandeling conform de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem.