Conclusie
[verweerster]onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] door – kort gezegd – in haar boeken te vermelden dat [eiseres] werkzaamheden heeft verricht voor de sekstelefoondiensten van [verweerster].
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of verweerster onrechtmatig heeft gehandeld door in haar boeken te vermelden dat eiseres werkzaamheden verrichtte voor sekstelefoondiensten van verweerster. Het hof oordeelde dat eiseres onvoldoende had gesteld dat verweerster redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze vermelding onjuist was, mede omdat belastingdienst en strafrechter hadden vastgesteld dat eiseres die werkzaamheden daadwerkelijk had verricht.
Het cassatieberoep van eiseres is tijdig ingesteld, maar zij kan niet worden ontvangen omdat verweerster feitelijk geen partij was in de procedure. Daarnaast loopt het beroep stuk op art. 80a lid 1 RO, omdat de schade niet op de voet van art. 6:98 BW Pro toerekenbaar is aan verweerster.
Het hof baseerde zijn oordeel op meerdere gronden, waaronder dat bij verondersteld onrechtmatig handelen en schade toerekening niet mogelijk is, waardoor geen verklaring voor recht kan worden toegewezen. De klachten van eiseres dat het voldoende zou zijn dat schade mogelijk is, faalden. De conclusie is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van partijstelling en ontoerekenbaarheid van de schade.