ECLI:NL:PHR:2014:1734

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2014
Publicatiedatum
19 september 2014
Zaaknummer
14/03015
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Wet BopzArt. 426a lid 1 RvArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid cassatieverzoek bij ontbreken handtekening advocaat

In deze zaak betreft het een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag die een machtiging tot voortgezet verblijf heeft verleend op grond van artikel 15 van Pro de Wet Bopz. De verzoeker heeft via een faxbericht laten weten beroep in cassatie te willen instellen, maar heeft geen verzoekschrift ingediend dat door een advocaat is ondertekend, zoals vereist volgens artikel 426a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het cassatieverzoek bevatte geen omschrijving van de cassatiemiddelen en voldeed daarmee niet aan de formele vereisten. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieverzoek.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieverzoek niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een door een advocaat ondertekend verzoekschrift en het niet voldoen aan de inhoudelijke eisen van artikel 426a Rv.

Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een door een advocaat ondertekend verzoekschrift en het niet voldoen aan de inhoudelijke eisen.

Conclusie

14/03015
Mr. F.F. Langemeijer
18 juli 2014 (art. 80a RO)
Conclusie inzake:
[verzoeker]
tegen
Officier van Justitie Den Haag
1. Bij beschikking van 13 maart 2014 heeft de rechtbank Den Haag een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 Wet Pro Bopz verleend ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene).
2. Bij faxbericht, ter griffie ingekomen op 13 juni 2014, heeft mr. H.F. van Kregten, advocaat te Waddinxveen, namens betrokkene te kennen gegeven dat hij beroep in cassatie wil instellen tegen deze beschikking. Het faxbericht is tot op heden niet gevolgd door een verzoekschrift dat door een advocaat bij de Hoge Raad is ondertekend. Het cassatieverzoek behelst geen omschrijving van de middelen van cassatie en voldoet ook in dat opzicht niet aan de eisen van art. 426a Rv.
3. De
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.