ECLI:NL:PHR:2014:174

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
19 maart 2014
Zaaknummer
12/04533
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 184 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens overtreding dealerverblijfsverbod in Amsterdam-Centrum

Op 9 augustus 2011 werd verdachte betrapt op het betreden van het dealeroverlastgebied 1.1 te Amsterdam, ondanks een opgelegd verbod om zich daar gedurende drie maanden te bevinden. Het gebied omvat onder meer delen van het Damrak en omliggende straten, waaronder de Oudebrugsteeg. Verdachte verklaarde dat hij zich bewust was van het verbod, maar meende dat het westelijke deel van de Oudebrugsteeg buiten het verboden gebied viel.

De politie zag verdachte op het Damrak en vervolgens snel de Oudebrugsteeg inlopen, waarna hij werd aangehouden op de Spuistraat. Het hof oordeelde dat verdachte zich in het verboden gebied had begeven, ondanks de onduidelijkheid over welk deel van de Oudebrugsteeg precies was betreden. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk was, omdat uit het dossier niet duidelijk bleek welk deel van de Oudebrugsteeg verdachte betrad. Gezien de aanhoudingslocaties was het aannemelijk dat verdachte het westelijke, toegestane deel had betreden. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 12/04533
Mr. Spronken
Zitting: 21 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 augustus 2012 bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging, een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2011, waarbij verdachte schuldig is bevonden aan ‘opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast’. Het hof heeft verdachte ter zake hiervan veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een werkstraf voor de duur van 60 uren.
Mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelricht zich - zo vat ik het in samenhang met hetgeen in de toelichting wordt aangevoerd op - tegen de verwerping door het hof van het verweer dat verdachte zich niet in het voor hem verboden dealeroverlastgebied 1.1 te Amsterdam heeft bevonden.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 20 augustus 2012 houdt, voor zover relevant, het volgende in:
“De verdachte verklaart desgevraagd, zakelijk weergegeven:
Ik weet dat mij per 9 juli 2011 een dealerverblijfsverbod is opgelegd. Ik mocht 3 maanden niet in het dealeroverlastgebied 1.1 komen. (…) Ik hoorde dat ik op het Damrak wel mocht komen. (…) Het klopt dat ik [op] 9 augustus 2011 op het Damrak liep en de Oudebrugsteeg te Amsterdam ben ingelopen. Dat is een zijstraat van het Damrak.
De Oudebrugsteeg viel volgens mij niet in het gebied waar ik niet mocht komen. (…) Ze hebben me eerst laten lopen en pas bij de Spuistraat aangehouden. Daar mag ik wel gewoon komen. De agent zei ook tegen mij dat ik in de Oudebrugsteeg wel mocht komen.”
5. Desondanks is ten laste van verdachte kort gezegd bewezen verklaard dat hij op 9 augustus 2011 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan het bevel zich niet te begeven in het zogenoemde dealeroverlastgebied 1.1.
6. Deze bewezenverklaring steunt op onder meer het volgende bewijsmiddel:
“Een proces-verbaal van aanhouding (…) van 9 augustus 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (…):
Op 9 augustus 2011 te 03.40 uur, surveilleerde ik (…) op de openbare weg Damrak ter hoogte van perceel 83. Daar zag ik, verbalisant, dat een persoon, de mij ambtshalve bekende [verdachte], niet voldeed aan een bevel krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een daartoe bevoegde ambtenaar. Daar zag ik namelijk een persoon waarvan ik wist dat deze persoon verboden was zich in het dealeroverlastgebied te bevinden. (…) Ik zag dat [verdachte] bij het zien van mij, verbalisant, snel de Oudebrugsteeg inliep. Kennelijk had [verdachte] mij, verbalisant, gezien en wilde hij het gebied verlaten. (…) [verdachte] is even later, op dinsdag 9 augustus 2011 te 03.50 uur aangehouden op de openbare weg van de Spuistraat te Amsterdam. (…)”
7. Het arrest van het hof luidt, voor zover relevant, als volgt:
“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er onduidelijkheid bestaat over het dealeroverlastgebied 1.1 in Amsterdam-Centrum. De raadsman verwijst naar het arrest van het hof van 14 maart 2012 (parketnummer: 23-001085-11), waarin het hof oordeelde dat niet zonder meer duidelijk is dat het Damrak in Amsterdam-Centrum mede is begrepen onder het dealeroverlastgebied 1.1. De verdachte wist derhalve niet dat hij toen niet aanwezig mocht zijn op het Damrak te Amsterdam-Centrum en dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bekend dat hij wist dat hem met ingang van 9 juli 2011 een dealerverblijfsverbod was opgelegd, hetgeen inhield dat hij zich gedurende 3 maanden niet in het dealeroverlastgebied 1.1 in Amsterdam-Centrum mocht ophouden. Uit het proces-verbaal van 9 augustus 2011 van verbalisant [verbalisant 1] (…) blijkt dat deze verbalisant de verdachte die dag, eerst op het Damrak en daarna, binnen de grenzen van het verboden gebied, in de Oudebrugsteeg in Amsterdam heeft gezien.
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich, niet alleen op het Damrak, maar ook in de Oudebrugsteeg in Amsterdam heeft bevonden op 9 augustus 2011. Het verboden gebied wordt, blijkens het zich in het dossier bevindende (…), aan de verdachte opgelegde dealerverblijfsverbod van de Burgemeester van Amsterdam, onder het dealeroverlastgebied 1.1 in Amsterdam-Centrum, aan de westzijde begrensd door het Damrak. De Oudebrugsteeg valt binnen het gebied. Onduidelijkheid omtrent de geldigheid van het verbod met betrekking tot het Damrak kan naar het oordeel van het hof niet af doen aan de strafbaarheid van de verdachte, die zich immers toen vanaf het Damrak in het voor hem verboden gebied heeft begeven. Het hof verwerpt, gelet op deze feiten en omstandigheden, het verweer.”
8. De in het dossier aanwezige plattegrond van het gebied dat is aangewezen als “Dealeroverlastgebied 1.1, Amsterdam-Centrum/Wallengebied” houdt in dat dit gebied is
“gelegen tussen de grenzen: Damrak – rechte lijn over de Dam – Rokin – Nieuwe Doelenstraat – gehele Kloveniersburgwal – gehele Nieuwmarkt – gehele Geldersekade – Prins Hendrikkade in de richting Damrak”.
9. Het is een feit van algemene bekendheid dat de in de omschrijving van het dealeroverlastgebied genoemde straten ten zuiden en oosten van het Damrak liggen. [1] Tevens is het een feit van algemene bekendheid dat de Oudebrugsteeg het Damrak kruist en dus zowel ten oosten als ten westen van het Damrak ligt. Dit betekent dat verdachte niet in het oostelijke gedeelte van de Oudebrugsteeg mocht komen, maar wel in het westelijk deel.
10. Uit het oordeel van het hof, dat verdachte zich door zijn aanwezigheid in de Oudebrugsteeg heeft schuldig gemaakt aan overtreding van het verbod zich in dealeroverlastgebied 1.1 te bevinden, leid ik af dat het hof, in navolging van de politierechter, kennelijk heeft vastgesteld dat verdachte vanaf het Damrak het oostelijk deel van de Oudebrugsteeg is ingelopen. Waarop het hof deze vaststelling heeft gebaseerd, is mij echter niet duidelijk, omdat uit de bewijsmiddelen en de overige gedingstukken niet blijkt welk deel van de Oudebrugsteeg verdachte inliep. Bovendien is op basis van de omstandigheden dat verdachte bij perceel Damrak 83 werd gezien, dat aan de westzijde van het Damrak ligt, en hij korte tijd later op de Spuistraat, eveneens ten westen van het Damrak, is aangehouden, niet onaannemelijk dat verdachte het ten westen van het Damrak gelegen gedeelte van de Oudebrugsteeg is ingelopen. Dit zou betekenen dat hij zich niet bevond in het voor hem verboden gebied, hetgeen overeenkomt met de verklaring die verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd.
11. Dit brengt mee dat het oordeel van het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk is. Voor zover het middel hierover klaagt, is het terecht voorgesteld.
12. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde de zaak opnieuw te laten berechten en afdoen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 11 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0291, NJ 2011, 116 m.nt. Mevis, rov. 3.2.1. waarin de Hoge Raad overweegt: ‘van algemene bekendheid zijn die gegevens die ieder van de rechtstreeks bij het geding betrokkenen geacht moet worden te kennen of die hij zonder noemenswaardige moeite uit algemeen toegankelijke bronnen kan achterhalen.’