Op 9 augustus 2011 werd verdachte betrapt op het betreden van het dealeroverlastgebied 1.1 te Amsterdam, ondanks een opgelegd verbod om zich daar gedurende drie maanden te bevinden. Het gebied omvat onder meer delen van het Damrak en omliggende straten, waaronder de Oudebrugsteeg. Verdachte verklaarde dat hij zich bewust was van het verbod, maar meende dat het westelijke deel van de Oudebrugsteeg buiten het verboden gebied viel.
De politie zag verdachte op het Damrak en vervolgens snel de Oudebrugsteeg inlopen, waarna hij werd aangehouden op de Spuistraat. Het hof oordeelde dat verdachte zich in het verboden gebied had begeven, ondanks de onduidelijkheid over welk deel van de Oudebrugsteeg precies was betreden. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk was, omdat uit het dossier niet duidelijk bleek welk deel van de Oudebrugsteeg verdachte betrad. Gezien de aanhoudingslocaties was het aannemelijk dat verdachte het westelijke, toegestane deel had betreden. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.