Conclusie
(i) een proces-verbaal van verhoor door de politie van 13 augustus 2011 dat als verklaring van de verdachte onder meer het volgende inhoudt:
“V: waar woon je?
A: Het adres is [adres] [1] [...] te Amerika.
V; Waar sta je ingeschreven?
A: Daar sta ik ingeschreven. Ik woon daar niet meer, want ik werk in Afghanistan.
(…);"
(ii) een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2012, welke inhoudt dat de dagvaarding op 18 juli 2012 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier, omdat “van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is;"
(iii) een aan het dubbel van die dagvaarding gehecht verwerkingsoverzicht GBA-gegevens van 18 juli 2012, dat inhoudt dat de verdachte niet is gedetineerd en dat van de verdachte geen adres in Nederland bekend is.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden