ECLI:NL:PHR:2014:176

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2014
Publicatiedatum
19 maart 2014
Zaaknummer
12/05487
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 SvArt. 416 SvArt. 434 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens onjuiste betekening appeldagvaarding naar buitenlands adres

De zaak betreft een verdachte die in hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard door het Gerechtshof Amsterdam omdat de appeldagvaarding niet rechtsgeldig zou zijn betekend. De verdachte had een Amerikaans adres opgegeven waar hij stond ingeschreven, maar verklaarde niet meer daar te wonen vanwege werkzaamheden in Afghanistan. Het hof oordeelde dat dit adres niet als woon- of verblijfplaats in de zin van art. 588 Sv Pro kon gelden en dat de dagvaarding daarom niet naar dat adres hoefde te worden gestuurd.

De advocaat van de verdachte stelde cassatie in en klaagde dat niet was gebleken dat de dagvaarding daadwerkelijk naar het opgegeven buitenlandse adres was verzonden, zoals vereist volgens art. 588 lid 2 Sv Pro. De Hoge Raad overwoog dat het feit dat de verdachte niet meer op dat adres woonde niet uitsluit dat het adres als woonadres geldt, vooral omdat de verdachte daar ingeschreven stond. Het hof had moeten nagaan of de dagvaarding naar dat adres was verzonden en had bij gebrek daaraan de dagvaarding nietig moeten verklaren.

De Hoge Raad concludeerde dat de dagvaarding niet overeenkomstig art. 588 lid 2 Sv Pro was betekend en vernietigde het arrest van het hof. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot vernietiging van het bestreden arrest en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening.

Conclusie

Nr. 12/05487
Zitting 14 januari 2014
Mr. Jörg
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 10 oktober 2012 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr. C. Stroobach, advocaat te Amsterdam een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat niet blijkt dat de appeldagvaarding overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv naar het door de verdachte opgegeven adres in de Verenigde Staten is verzonden.
4. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
(i) een proces-verbaal van verhoor door de politie van 13 augustus 2011 dat als verklaring van de verdachte onder meer het volgende inhoudt:
“V: waar woon je?
A: Het adres is [adres] [1] [...] te Amerika.
V; Waar sta je ingeschreven?
A: Daar sta ik ingeschreven. Ik woon daar niet meer, want ik werk in Afghanistan.
(…);"
(ii) een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2012, welke inhoudt dat de dagvaarding op 18 juli 2012 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier, omdat “van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is;"
(iii) een aan het dubbel van die dagvaarding gehecht verwerkingsoverzicht GBA-gegevens van 18 juli 2012, dat inhoudt dat de verdachte niet is gedetineerd en dat van de verdachte geen adres in Nederland bekend is.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
5. Het proces-verbaal van de terechtzitting houdt voor zover van belang het volgende in:
“De voorzitter doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
is niet verschenen.
Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. C. Stroobach, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart door de verdachte niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen. De raadsvrouw deelt mede dat zij na de laatste zitting in eerste aanleg op 26 augustus 2011 geen contact meer heeft gehad met de verdachte, maar dat hij tot dan toe wel steeds heeft aangegeven bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te willen zijn.
De advocaat-generaal legt een VIP-formulier over.
De voorzitter deelt mede dat uit de stukken in het dossier is gebleken dat de verdachte in zijn eerste verhoor bij de politie een Amerikaans adres heeft opgegeven en dat geen afschrift van de oproeping voor de terechtzitting van heden naar dat adres is gezonden. Voorts is gebleken dat de verdachte in datzelfde verhoor ten aanzien van voornoemd adres heeft aangegeven daar niet meer woonachtig te zijn in verband met zijn werk in Afghanistan. Gelet daarop heeft voornoemd adres, naar het oordeel van het hof, dan ook niet te gelden als een in artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering bedoeld adres. Door of namens de verdachte is geen ander adres opgegeven voor toezending van gerechtelijke mededelingen, noch ter terechtzitting in eerste aanleg, noch bij het instellen van het hoger beroep. Toen is telkens opgegeven dat de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande was. De verdachte heeft, blijkens mededeling van de raadsvrouw, sinds 26 augustus 2011 geen contact meer gehad met zijn raadsvrouw en haar niet gemachtigd hem in hoger beroep als advocaat te verdedigen.
Onder al die omstandigheden constateert het gerechtshof dat de verdachte op de juiste wijze is gedagvaard, verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.”
6. Vervolgens heeft het Hof de verdachte gelet op het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
7. Indien op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een GBA en niet in Nederland is gedetineerd en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend is, geschiedt de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding door het openbaar ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie (art. 588, tweede lid, Sv). Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002/317).
8. Het Hof heeft overwogen dat het door de verdachte opgegeven adres in de Verenigde Staten niet het feitelijke woon- of verblijfadres van de verdachte betreft nu de verdachte bij de politie heeft verklaard daar niet (meer) woonachtig te zijn vanwege zijn werk in Afghanistan, zodat het adres – aldus het Hof – niet heeft te gelden als een in art. 588 Sv Pro bedoeld adres. Mijns inziens is dit niet juist, nu de verdachte heeft aangegeven op het betreffende adres ingeschreven te staan zodat niet valt uit te sluiten dat zijn opgave van het adres een door de verdachte getroffen maatregel is om te voorkomen dat een oproeping hem niet bereikt in verband met zijn werk in Afghanistan (vgl. HR 15 september 1997, NJ 1998, 115).
9. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding niet kan worden afgeleid dat de appeldagvaarding naar voornoemd adres is gestuurd, moet het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied. Aldus is de dagvaarding in hoger beroep niet betekend overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv (vgl. HR 20 november 2012, LJN BY3496) en had het Hof de dagvaarding nietig moeten verklaren. [2]
10. Het middel is terecht voorgesteld.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G

Voetnoten

1.Wikipedia leert: [adres] is een stad in de Amerikaanse staat Californië en telt 127.743 inwoners. Het is hiermee de 167e stad in de Verenigde Staten (2000). De landoppervlakte bedraagt 96,8 km², waarmee het de 171e stad is.
2.Ik snap nooit waarom bij betekeningen die ene extra inspanning niet wordt verricht, vooral niet als die inspanning uit niet meer bestaat dan het door de frankeermachine halen van een extra brief die zó als kopie uit de printer rolt. Wat zijn inmiddels de kosten wel niet van deze zaak?