ECLI:NL:PHR:2014:1830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens medeplichtigheid aan mishandeling met dodelijke afloop
Het Gerechtshof Den Haag heeft verdachte op 9 april 2013 veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van voorarrest, voor medeplichtigheid aan medeplegen van mishandeling waarbij het slachtoffer is overleden. Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
Namens verdachte diende advocaat mr. J.M. Lintz zeven middelen van cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen grotendeels neerkwamen op een herhaling van eerder verworpen verweren en dat de motivering van het Hof niet onbegrijpelijk was. De selectie- en waarderingsvrijheid van het Hof werd gerespecteerd en er was geen sprake van ontoelaatbare gissingen.
De bewijsvoering, waaronder sectiebevindingen die wijzen op ernstig mechanisch geweld dat enkele dagen voor het overlijden is toegebracht, werd als voldoende beschouwd. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a RO, waarmee de strafrechtelijke uitspraak van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard, strafrechtelijke uitspraak van het Hof blijft in stand.