Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, valt uiteen in twee motiveringsklachten. De eerste klacht houdt in dat, voor zover de schatting van de omvang van het te ontnemen bedrag is gerelateerd aan de bewezenverklaring van het misdrijf ‘gewoontewitwassen, het Hof heeft miskend dat gelden die voorwerp van dit bewezenverklaarde misdrijf waren niet reeds daardoor wederrechtelijk verkregen voordeel vormen, zodat zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is dat verzoeker daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde gewoontewitwassen. De tweede klacht luidt dat de pondspondsgewijze verdeling onbegrijpelijk is, althans niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof heeft verzuimd te reageren op het verweer dat de medeveroordeelde [betrokkene 1] veel gelden die hij opnam om te gokken ook weer teruggestort heeft op de bank en dat die bedragen niet als illegale inkomsten mogen worden beschouwd. Door zulks in het midden te laten is de met het oordeel van het Hof onverenigbare mogelijkheid blijven bestaan dat in zoverre van wederrechtelijk genoten voordeel geen sprake is, aldus de steller van het middel.