Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
second opinionverzocht. Uit de bestreden beschikking en de overgelegde gedingstukken blijkt niet dat aan dit verzoek gevolg is gegeven. Blijkens het proces-verbaal (blz. 3) is namens betrokkene ter zitting aangevoerd dat betrokkene niet door de psychiater is ‘gezien’ bij het opstellen van de geneeskundige verklaring. Afgezien van de voorgedrukte mededeling, in rubriek 4, dat het psychiatrisch onderzoek is verricht door psychiater [betrokkene 2], blijkt uit de verklaring d.d. 18 maart 2014 noch uit de overige gedingstukken dat met het oog op de te verzoeken machtiging kort tevoren persoonlijk contact heeft plaatsgevonden tussen de onderzoekende psychiater en betrokkene. In rubriek 4 onder c (stoornis) is vermeld: “Alle feiten heb ik uit het dossier en van [betrokkene 4], verpleegkundige van de polikliniek van Bouman GGZ, vernomen” [5] .
ambtshalvedoor de officier van justitie gedaan verzoek (zie art. 6 lid Pro 2, voor zover nodig in verbinding met art. 31 Wet Pro Bopz). Anders dan het cassatiemiddel veronderstelt, is het eerste lid van art. 6 Wet Pro Bopz in deze zaak niet van toepassing. De rechtsklacht mist doel.