Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
specialeszijn, die (dus) vóórgaan op de – algemenere, want geenszins slechts (of überhaupt niet) voor uitzendbedrijven geschreven – regel van art. 5.8 Regeling Wfsv. Die Uitzendbepalingen laten voor uitzendbedrijven die uitzenden mét uitzenbeding, zoals [B], behoudens dispensatie geen andere indeling toe dan in sector 52.
rechtop dispensatie en dispensatie is per definitie uitzondering op grond van bijzondere redenen, die de belanghebbenden naar ’s Hofs niet-onbegrijpelijke oordeel onvoldoende hebben aangevoerd. De wet biedt de rechter niet de mogelijkheid om in plaats van de Inspecteur dispensatiebeleid te voeren.
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
de dato25 oktober 2012 van [X] en haar in het verzoek genoemde dochters heeft de Inspecteur op 12 november 2012 (en 7 februari 2013) beschikt dat die dochters (waaronder niet de belanghebbenden) per 1 september 2012 zijn aangesloten bij sector 35 (Gezondheid etc.). In afwijking van het verzoek heeft de Inspecteur deze concernaansluiting niet temporeel laten terugwerken naar 1 januari 2010. Ook tegen die weigering van terugwerkende kracht loopt cassatieberoep, bij u bekend onder nr. 14/00987. Ook in die zaak concludeer ik vandaag.
3.Het geding in cassatie
lex specialisvan de Uitzendbepalingen; ook bij een verzoek om concernaansluiting worden zij gelijk beoordeeld. Gelet op het veel hogere werkloosheidsrisico is voor uitzendbureaus voor een afwijkend regime gekozen waaruit niet ontsnapt kan worden door concernaansluiting of dispensatie.
4.Achtergrond van de sectorindeling
5.De relevante regelgeving
methet uitzendbeding ex art. 7:691(2) BW. Door de gelijkstelling in lid 4 wordt ook een uitzendbureau dat uitzendt
zonderuitzendbeding in beginsel ingedeeld in sector 52, behalve als door de uitzendelingen “werkzaamheden worden verricht die sec functioneel bezien voor meer dan 50% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis aan één sector kunnen worden toegerekend”:
6.Jurisprudentie
7.Analyse van de sectorindeling van uitzendbedrijven
escapeop grond waarvan zij toch (geheel) kunnen worden ingedeeld in een andere sector dan sector 52, zoals sector 35 (Gezondheid etc.). Zie daarover 7.9 hieronder.
escapein datzelfde lid 4 omdat haar uitzendelingen ‘sec functioneel bezien’ niet voor meer dan 50% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis werkzaamheden verrichten die in één sector vallen.
escapekan alleen voor [B] werken, omdat [A] personeel uitzendt naar diverse sectoren en reeds daarom niet onder art. 5.8 Regeling Wfsv valt. Of deze escape voor [B] werkt, onderzoek ik in onderdeel 8.
8.Verhouding tussen art. 5.8 Regeling Wfsv en de Uitzendbepalingen (middel (i))
» Werving & Selectie
» Flexpoolmanagement
» Payrolling
» Advies & Projectmanagement” [32]
legi specialien derogeren in beginsel aan de artt. 5.1 t/m 5.3 Regeling Wfsv. Art. 5.8 Regeling Wfsv is een
lex specialisten opzichte van de sectorindelingsregels ex art. 5.1 t/m 5.3 Regeling Wfsv.
specialeszijn, die (dus) vóórgaan boven de – algemenere, want geenszins slechts (of zelfs überhaupt niet) voor uitzendbedrijven geschreven – regel van art. 5.8 Regeling Wfsv. Die Uitzendbepalingen laten (behoudens dispensatie) voor uitzendbedrijven die nagenoeg uitsluitend uitzenden mét uitzendbeding, zoals [B], geen andere indeling toe dan in sector 52.
9.Concernaansluiting, dispensatiebevoegdheid en de a.b.v.b.b. (middel (ii))
rechtop dispensatie, en dispensatie is per definitie uitzondering.