ECLI:NL:PHR:2014:1935

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2014
Publicatiedatum
4 november 2014
Zaaknummer
13/05708
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 2:145 Wetboek van Strafrecht Curaçao
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende belang bij onjuiste bewezenverklaring ontvluchting vrijheidsberoving

Verdachte werd veroordeeld voor het zich onttrekken aan zijn vrijheidsberoving door te vluchten uit een transportbus op Curaçao tussen januari en september 2012. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, maar nam een onjuist onderdeel op in de bewezenverklaring, namelijk dat verdachte zich vervolgens verborgen zou hebben gehouden voor politie en justitie.

De Hoge Raad oordeelde dat dit onderdeel niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat het daarom uit de bewezenverklaring geschrapt moest worden. Dit wijzigde echter niets aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit volgens artikel 2:145 van Pro het Wetboek van Strafrecht Curaçao.

Omdat het schrappen van dit overbodige onderdeel geen nadelige gevolgen voor verdachte had, werd geoordeeld dat verdachte onvoldoende belang had bij cassatie. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

De zaak betreft de strafrechtelijke beoordeling van het zich onttrekken aan vrijheidsberoving, waarbij de Hoge Raad het belang van een juiste bewezenverklaring benadrukt, maar ook het belang van de verdachte bij cassatie beoordeelt.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij de aangevoerde klacht.

Conclusie

Nr. 13/05708
Zitting: 7 oktober 2014
Mr. Spronken
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam heeft tijdig een middel van cassatie voorgesteld, inhoudende dat het bewezenverklaarde onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte na zijn ontvluchting uit een transportbus zich ‘vervolgens verborgen heeft gehouden voor politie en justitie’ niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Het hof heeft het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 2 april 2013, met daarin onder andere de bewezenverklaring van feit 1 onder parketnummer 500.01066/12 (onttrekking aan vrijheidsstraf) bevestigd, behoudens ten aanzien van de bewijsconstructie.
Het Gerecht heeft bewezen verklaard dat verdachte:
“in de periode van 13 januari 2012 tot en met 6 september 2012 te Curaçao opzettelijk na krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich, daaraan heeft onttrokken, immers is verdachte, onderweg naar het gerechtsgebouw uit de transportbus gevlucht en aan de (gevangen)bewaarder(s) en/of de beveiligers van de Lands Beveiligings Dienst ontkomen en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie.”
5. Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen 31 tot en met 37 kan inderdaad niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte zich na de ontvluchting uit de transportbus verborgen heeft gehouden voor politie en justitie. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden omdat het zich verborgen houden voor politie en justitie geen bestanddeel is van het delict dat is strafbaar gesteld in art. 2:145 van Pro het Wetboek van Strafrecht Curaçao. [1] Het zinsdeel ‘en heeft hij zich (vervolgens) verborgen gehouden voor politie en justitie’ kan worden weggestreept waarbij het overblijvende deel van de bewezenverklaring op zichzelf alle bestanddelen bevat om te kunnen leiden tot de kwalificatie van dit feit zoals blijkt uit p. 19 van het arrest:
“Opzettelijk zich, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, daaraan onttrekken, strafbaar gesteld bij artikel 2:145 van Pro het Wetboek van Strafrecht”
6. De Hoge Raad zou de bewezenverklaring verbeterd kunnen lezen en het ten onrechte opgenomen zinsdeel kunnen schrappen. Hierdoor wordt de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aangetast.
7. Nu de klacht een overbodig onderdeel van de tenlastelegging betreft, heeft verdachte onvoldoende belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak op die grond.
8. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat verdachte hierbij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Art. 2:145 luidt Pro: “Hij die, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich daaraan, al dan niet met behulp van derden, onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.”