ECLI:NL:PHR:2014:1936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende grond voor vernietiging arrest hof
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin zwaar lichamelijk letsel was bewezenverklaard. De verdachte betoogde dat het bewijs en de motivering onvoldoende waren om dit letsel aan te nemen, en dat het arrest daarom een onjuiste rechtsopvatting bevatte.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende had gemotiveerd dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel. Dit was onder meer gebaseerd op het medisch dossier waaruit bleek dat het slachtoffer bijna een jaar na de mishandeling nog letsel aan haar arm had waardoor zij haar werkzaamheden niet goed kon uitvoeren, en dat er meerdere gebroken ribben waren vastgesteld.
De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling of letsel zwaar is, in belangrijke mate aan de feitenrechter is voorbehouden en in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst. Omdat het middel geen gegronde aanleiding gaf tot vernietiging, werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad werd gevolgd, waarmee het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende grond voor vernietiging van het arrest.