ECLI:NL:PHR:2014:194
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder verlenging ondanks boedeltekort
De rechtbank Utrecht sprak op 13 december 2010 de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker. Na een voordracht tot tussentijdse beëindiging, die aanvankelijk werd afgewezen, besloot de rechtbank Midden-Nederland op 10 december 2013 de regeling te beëindigen zonder toekenning van de schone lei. Dit omdat sprake was van een boedeltekort dat aan verzoeker kon worden toegerekend.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze beëindiging en betoogde dat de looptijd van de regeling verlengd had moeten worden om het boedeltekort in te lopen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigde op 10 februari 2014 het vonnis en oordeelde dat het hof ruime vrijheid heeft bij het al dan niet verlengen van de looptijd en dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd.
In cassatie werd slechts geklaagd over het niet verlengen van de looptijd. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet slaagt omdat de beëindiging berust op het boedeltekort dat aan verzoeker kan worden toegerekend en dat het hof binnen zijn discretionaire bevoegdheid heeft gehandeld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlenging.