Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
Klaagster maakte bezwaar tegen een doorzoeking in haar kantoor waarbij een harde schijf in beslag werd genomen. Zij stelde dat bepaalde correspondentie en communicatie vanaf 28 januari 2011 onder het verschoningsrecht van haar advocaten viel. De rechtbank verklaarde haar klaagschrift ongegrond en oordeelde dat het beroep op het verschoningsrecht in algemene zin niet juist was zonder nader onderzoek.
Klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende had gemotiveerd en het standpunt van de advocaten, dat de communicatie onder het verschoningsrecht valt, geëerbiedigd moet worden tenzij redelijkerwijs geen twijfel bestaat over de onjuistheid daarvan.
De Hoge Raad stelde dat nader onderzoek onder regie van de rechter-commissaris noodzakelijk is om per gegeven te beoordelen of het verschoningsrecht geldt. Ook had de rechtbank de betrokken advocaten als belanghebbenden de gelegenheid moeten geven zich uit te laten. Het middel van klaagster slaagde en de Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking met verwijzing voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het verschoningsrecht.