Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond centraal het beslag op een bedrag van €11.000,- dat door de Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland onder een derde was gelegd. De klaagster had een klaagschrift ingediend tot teruggave van dit bedrag. De Rechtbank Oost-Brabant verklaarde het klaagschrift gegrond en beval teruggave.
De officier van justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking en voerde aan dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd. De rechtbank had immers nagelaten te beoordelen of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde, wat volgens artikel 94 Sv Pro vereist is.
De Hoge Raad bevestigde dat bij een beslag op grond van artikel 94 Sv Pro eerst moet worden beoordeeld of het strafvorderlijk belang het beslag rechtvaardigt. Pas daarna kan worden vastgesteld of de klaagster als rechthebbende kan worden aangemerkt. Omdat de rechtbank deze toets had nagelaten, was de motivering ontoereikend en werd de beschikking vernietigd.
De Hoge Raad verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing waarbij deze maatstaf correct moet worden toegepast. Hiermee wordt de juiste procedurele waarborg bij beslag onder derden benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onjuiste maatstaf en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.