Conclusie
[verdachte]
middelbehelst de klacht dat het bewezenverklaarde voor zover inhoudend dat de verdachte zonder rijbewijs heeft gereden niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, aangezien blijkens de vaststellingen van het Hof verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard. Subsidiair bevat het middel de klacht dat het Hof ten onrechte niet de na het tijdstip van het bewezenverklaarde feit geldende nieuwe, gunstiger bepaling van art. 8 lid 4 Wegenverkeerswet Pro 1994 heeft toegepast.
afgegeven.In de als laatste aangehaalde Memorie van Toelichting, bij de wetswijziging die op 1 december 2011 in werking is getreden, valt daarover te lezen dat die aanvulling is bedoeld als “een verduidelijking van de formulering van het vierde lid”. Dat zou kunnen impliceren dat dit begrip altijd al is bedoeld, maar dat het onvolkomen was uitgedrukt in de tekst van de vorige bepaling. Dat is ook de primaire stelling in het middel. Daarvoor is veel te zeggen. Het daarvóór in de wet voorkomend begrip ‘zonder rijbewijs’ zal bijvoorbeeld niet betrekking hebben gehad op de bestuurder die domweg zijn rijbewijs niet bij zich heeft - dat spoort niet met de achterliggende ratio legis. De bedoeling was immers – al bij de eerste wettelijke regeling rond de beginnende bestuurder - om de mate van rijervaring mee te laten tellen bij de bepaling van de toegestane alcohollimiet. Daarnaast valt te wijzen op de definitiebepaling in art. 1 lid 1 onder Pro l Wegenverkeerswet 1994, die voor het begrip ‘rijbewijs’ verwijst naar het rijbewijs bedoeld in art. 107 van Pro de wet. Dat is het door de bevoegde instantie afgegeven rijbewijs. Een bestuurder zonder rijbewijs bestuurt dus zonder afgegeven rijbewijs, zo zou men kunnen verdedigen. Dat betekent ook – al is dat nog een stapje verder - dat latere incidenten, zoals de (op enig moment) ongeldigverklaring van het rijbewijs, niet afdoen aan het afgegeven zijn van het rijbewijs. In de MvT [7] bij de wetswijziging die op 1 december 2011 in werking trad, is dat ten aanzien van de ongeldigverklaring met zoveel woorden gezegd.
in concreto [12] en dan moet worden geconstateerd dat de wijziging voor de verdachte juist geen verschil maakt. Zijn handelen is – gelet op het ademalcoholgehalte van 695 microgram/liter - onder de oude en de nieuwe wet gelijkelijk strafbaar. Alsdan is er geen reden voor toepassing van de gewijzigde wet en is de kwalificatie – namelijk conform de wettelijke bepaling die gold ten tijde van het bewezenverklaarde handelen - juist.