Conclusie
“Overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994”en ter zake van 2. “
Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier jaren, onder aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd is geweest. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, een en ander zoals in het arrest vermeld.
I Beoordeling van de middelen van de verdachte
eerste middelricht zich met een motiveringsklacht tegen de bewezenverklaring en spitst zich toe op het GHB gebruik van de verdachte.
terwijlhij op dat moment verkeerde in de toestand van art. 8, eerste lid, WVW 1994.
datde verdachte tijdens het rijden in de voor strafbaarheid vereiste mate verkeerde onder de hiervoor bedoelde invloed van GHB.
tweede middelricht zich met een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof dat de verdachte met zijn auto de fietser (enkel) van achteren heeft aangereden.
maximaal zo’n 30°voor de auto bevond, iets waar getuige-deskundige [verbalisant 3] ter terechtzitting in hoger beroep ook op wijst.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden.