Conclusie
eerste middelkomt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter wegens overschrijding van de veertiendaagse beroepstermijn. De verdachte was bij de zitting niet aanwezig en het hoger beroep werd namens hem ingesteld door een griffiemedewerker met een schriftelijke volmacht van zijn advocaat.
De advocaat had op 10 januari 2013 een faxbericht met volmacht verzonden naar de strafgriffie van de Rechtbank Oost-Brabant. Het hof ging uit van ontvangst op 11 januari 2013, waardoor het hoger beroep te laat was. De Hoge Raad stelde echter vast dat het faxbericht met volmacht waarschijnlijk op 10 januari 2013 vóór sluitingstijd was ontvangen, en dat het hof daarmee een administratieve fout had gemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk was en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het tweede middel werd buiten beschouwing gelaten omdat het eerste middel slaagde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege een vermoedelijk tijdige ontvangst van het hoger beroep.