De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op zijn zwager. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de verdachte, getuigenverklaringen, politieverslagen en camerabeelden die het geweld op 24 april 2012 te Utrecht bevestigden.
De verdediging stelde in cassatie dat de verdachte ten tijde van het delict leed aan een verstoring van zijn agressiehuishouding door diabetes, waardoor hij niet strafbaar zou zijn. Dit verweer werd verworpen omdat het hof aannemelijk achtte dat de bloedsuikerspiegel van de verdachte niet zodanig verstoord was dat hij niet in vrijheid zijn wil kon bepalen. Het hof wees op het ontbreken van een directe bloedsuikermeting na het delict, maar achtte de overige omstandigheden en het deskundigenrapport overtuigend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht alle omstandigheden van het geval heeft meegewogen, waaronder het feit dat verdachte en zijn zus slechts meldden dat hij suikerziekte had zonder aanwijzingen van een ernstige verstoring. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatiemiddel. Het beroep werd afgewezen.