Conclusie
Ik zag dat de groep van 5 jongens op een gegeven moment weer de parkeerplaats op liep.
Ik omschrijf de 5 jongens als volgt:
NN1
NN2
NN3
NN4
NN5
Aan de overzijde van de weg zag ik dat er een donkerkleurige Renault Laguna geparkeerd stond. Dit was een stationmodel.
Ik zag dat de jongen met de sjaal (NN3) iets gooide naar de Renault. Ik zag en hoorde dat het bijrijdersraam van de Renault Laguna stuk ging. Toen zag ik dat de jongen met de sjaal de bijrijdersdeur van de Renault Laguna opende. Ik zag dat deze jongen met de sjaal (NN3) voorover gebogen in de Renault stond. Ik zag dat deze wat aan het rommelen was.
Ik zag dat een ander jongen nu naar de auto liep en deze voorover gebogen in de auto stond. Ik zag dat de groep wegrende. Ik zag dat ze de Dirk Sonojstraat in liepen. Ik zag dat de groep een portiek van de daar gelegen flat in ging. Ik heb een agent de flat aangewezen war de jongens in waren gegaan. De jongens die later door de politie zijn aangehouden, waren zeker de jongens die de auto-inbraken hebben gedaan.
Ik ben getuige geweest van diverse inbraken in auto's. Ik zal de daders omschrijven en vertellen wat ze hebben gedaan.
Dader 1
Op 27 mei 2008 ben ik bij mijn auto gaan kijken. Ik zag dat de rechter voorruit ingeslagen was. Ik zag dat het dashboardkastje open stond en dat bijna alles verdwenen was. Samen met mijn vrouw heb ik gekeken wat er precies gestolen is. We hebben het volgende lijstje opgesteld:
De volgende verdachte werd aangehouden:
[betrokkene 5].
Verdachte voldeed aan het volgende signalement ten tijde van de aanhouding:
- donkerbruine lederen jas met wol/bontkraag;
Getuige [betrokkene 3] verklaarde dat één van de jongens een beige broek en een zwarte leren jas droeg. Deze jongen zou in het witte busje hebben gezeten.
Getuige [betrokkene 2] verklaarde dat één van de jongens een zwart leren jas droeg en een donkere huidskleur had. Deze jongen zou in de Volkswagen Caddy hebben gezeten.
doosje sigaren, herenjas, groen koeletui met make-up, 2 blikjes en een hotelboekje.
Tevens herken ik goederen die van mij zijn maar die ik niet in mijn aangifte heb genoemd, te weten:
2 ijskrabbers, zakje Engelse drop.
De getuige zag de groep wegrennen en een portiek van een flat ingaan.
De getuige heeft een agent de flat aangewezen. Verdachte is in de directe omgeving van de plaats waar de autokraken plaatsvonden op zijn buik liggend achter een stuk zeil aangetroffen, terwijl hij hevig zweette en hijgde. De eerder genoemde getuige heeft de door de politie aangehouden jongens herkend als de jongens die de auto-inbraken hebben gepleegd. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring voor zijn aanwezigheid op die plaats in de nachtelijke uren.”
eerste middelheeft betrekking op het bewijs van het tenlastegelegde.
tweede middelhoudt in dat het Hof onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat verdachte een van de personen was die door de getuige [betrokkene 2] als daders van de inbraak zijn aangewezen.
zekerde jongens waren die de auto-inbraken hadden gepleegd." Van de politie
begreep[betrokkene 2] "dat ook de andere jongens die op de galerij waren gepakt waren." Daaruit leidt hij af "dat die er allemaal bij hoorden." Oftewel, hij heeft niet gezien of alle aangehouden verdachten daadwerkelijk degenen waren die aan de auto's hebben staan rommelen. Er is geen foslo geweest, niet eens een enkelvoudige spiegelconfrontatie, dus we komen er ook nooit meer achter of de aangehouden verdachten dezelfden zijn als degenen die [betrokkene 2] zag rommelen.
derde middelbevat ten eerste de klacht dat het Hof niet heeft vermeld welke straf het zou hebben opgelegd als de redelijke termijn niet was overschreden.