Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
onderdeel 1klaagt het middel dat het hof met zijn beoordeling de inhoud en strekking van de beschikkingen van de rechtbank [rechter-commissaris, LT] van 5 april 2013 heeft miskend. In deze beschikkingen is (zoals al aangegeven) de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengd met (maximaal) 24 maanden. Het middel verwijst naar deze beschikkingen, waarin de rechter-commissaris in rov. 2.1 overweegt voornemens te zijn om de forse boedelachterstand van € 6.676,64 te fixeren op € 6.000,-. Vervolgens wordt in rov. 2.3 beslist dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling met maximaal 24 maanden zal worden verlengd teneinde [verzoeker] c.s. meer tijd te geven voor het inlopen van de boedelachterstand. In rov. 2.4 overweegt de rechter-commissaris dat de boedelachterstand vanaf heden als het ware geparkeerd zal worden om de schuldenaar de mogelijkheid te bieden met een normaal, regulier, ‘vrij te laten bedrag’ rond te komen. Ten slotte beslist de rechter-commissaris in rov. 3 (gelet op art. 349a lid 2 Fw) dat tijdens de verlengde termijn de gehele afloscapaciteit, met aftrek van het wettelijke bewindvoerdersalaris, op de boedelachterstand in mindering zal worden gebracht totdat deze achterstand volledig zal zijn aangezuiverd.