ECLI:NL:PHR:2014:212
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wederspannigheid wegens onjuiste rechtsopvatting over rechtmatigheid aanhouding
De zaak betreft een verdachte die zich op het station te 's-Gravenhage zou hebben verzet tegen zijn aanhouding door opsporingsambtenaren na een vechtpartij in een trein. Het hof sprak de verdachte vrij van wederspannigheid, omdat het oordeelde dat de opsporingsambtenaren niet in de rechtmatige uitoefening van hun bediening verkeerden bij de aanhouding. Het hof baseerde dit op het feit dat de politie zich onvoldoende had gericht op het onderzoeken van ontlastende omstandigheden, zoals het niet bevragen van andere aanwezige passagiers.
De Hoge Raad stelt in zijn arrest dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde. Het feit dat het opsporingsonderzoek achteraf onvolledig of gebrekkig was, staat niet in de weg aan de rechtmatigheid van de aanhouding en dus ook niet aan de rechtmatige uitoefening van de bediening door de opsporingsambtenaren. De bevoegdheid tot aanhouding kan ook bestaan bij een redelijk vermoeden van schuld, ook als later blijkt dat het feit niet strafbaar is of niet is begaan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de vrijspraak van wederspannigheid betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat het niet de bedoeling is dat een verdachte zich straffeloos met geweld tegen een aanhouding kan verzetten, ook niet als hij die aanhouding onterecht acht.
Deze uitspraak verduidelijkt de grenzen van de rechtmatigheid van aanhoudingen en de bescherming van opsporingsambtenaren tegen verzet tijdens hun rechtmatige bediening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak van wederspannigheid wegens een onjuiste rechtsopvatting over de rechtmatigheid van de aanhouding en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.