ECLI:NL:PHR:2014:2133

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2014
Publicatiedatum
25 november 2014
Zaaknummer
14/00333
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene een bedrag van € 2.400,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat moet betalen. Tegen dit arrest is door betrokkene beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 20 januari 2014 betekend, waarna de termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen op grond van art. 437, tweede lid, Sv is verlengd tot 3 april 2014.

Binnen deze verlengde termijn heeft de raadsman van betrokkene echter geen schriftuur houdende middelen ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en kan de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.

Deze conclusie is genomen door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met een andere zaak tegen dezelfde betrokkene met nummer 14/00339.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 14/00333 P
Zitting: 30 september 2014
Mr. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij arrest van 19 november 2013 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 2.400,- en aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag opgelegd.
2. Deze zaak hangt samen met de eveneens tegen de betrokkene gerichte zaak met nummer 14/00339, waarin ik vandaag ook concludeer.
3. Namens de betrokkene is op 25 november 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 januari 2014 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Bij schrijven van 19 maart 2014 is de in art. 437, tweede lid, Sv bedoelde termijn verlengd tot en met 3 april 2014. Binnen die termijn is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG