ECLI:NL:PHR:2014:2133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene een bedrag van € 2.400,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat moet betalen. Tegen dit arrest is door betrokkene beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 20 januari 2014 betekend, waarna de termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen op grond van art. 437, tweede lid, Sv is verlengd tot 3 april 2014.
Binnen deze verlengde termijn heeft de raadsman van betrokkene echter geen schriftuur houdende middelen ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en kan de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.
Deze conclusie is genomen door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met een andere zaak tegen dezelfde betrokkene met nummer 14/00339.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.