Conclusie
medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.
eerste middelkomt op tegen de bewezenverklaring. Het valt uiteen in drie klachten.
eerste klachtvan het middel komt op tegen de bewezenverklaring van de passage “
een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,” daartoe stellende dat van een en ander uit de bewijsmiddelen niets blijkt.
in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad. Aangezien Nederland één van de tot dit protocol toegetreden staten is, [1] volgt uit de bewijsmiddelen dat deze gehele passage overeenstemt met de werkelijkheid.
tweede klachtvan het eerste middel betreft de bewezenverklaring van de ‘wederrechtelijkheid’ van de toegang tot Nederland van de in die bewezenverklaring genoemde [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Die wederrechtelijkheid blijkt niet uit de bewijsmiddelen, aldus de steller van het middel, en zij ligt ook niet voor de hand, aangezien deze personen asiel hebben aangevraagd in Nederland en de toegang tot Nederland die voorafgaat aan de asielaanvraag rechtmatig is.
derde klachtvan het eerste middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzet van de verdachte, zoals tot uitdrukking gebracht in de passage “terwijl verdachte en zijn mededader(s) wisten dat die toegang wederrechtelijk was.” In het bijzonder klaagt het middel in dit verband over de motivering daarvan en het gebruik tot het bewijs van de kennelijke leugenachtigheid van de verklaring van de verdachte.
tweede middelklaagt over een overschrijding van de redelijke termijn in de fase van cassatie. Het zeer beperkte aantal dagen waarmee de inzendtermijn is overschreden kan worden gecompenseerd door een voortvarende afdoening waartoe uw Raad m.i. nog de gelegenheid heeft. Vooralsnog hoeft dit middel dus niet tot cassatie te leiden.