ECLI:NL:PHR:2014:2176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende gronden tegen arrest Gerechtshof
Het cassatieberoep van verdachte richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De klacht in het middel wordt door de Hoge Raad als onvoldoende serieus beoordeeld. Hoewel verdachte redenen aanvoert voor zijn handelen, namelijk het inrijden op een agent, acht de Hoge Raad deze redenen niet steekhoudend en relevant voor de beoordeling van het feit.
De Hoge Raad stelt vast dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Op grond hiervan wordt het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelt en het arrest van het Gerechtshof in stand blijft.
De conclusie is uitgebracht door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, mr. Knigge, op 4 november 2014. Het arrest bevestigt de strikte toetsing van cassatieberoepen op voldoende gronden en benadrukt het belang van een serieuze en onderbouwde klacht om in cassatie te kunnen worden toegelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gronden.