ECLI:NL:PHR:2014:2191
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht
De rechtbank Midden-Nederland heeft op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling van verzoeker tussentijds beëindigd vanwege onvoldoende en te late informatieverstrekking over onder meer de waarde van zijn auto, betaalde ziektekostenverzekering, telefoonkosten en een tweede bankrekening. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit vonnis bekrachtigd en geoordeeld dat deze tekortkomingen toerekenbaar zijn en ernstig genoeg om beëindiging te rechtvaardigen.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof zijn oordeel baseerde op indrukken in plaats van feiten, dat zijn medische situatie de verwijtbaarheid wegneemt en dat het hof een grief over het nakomen van informatieverplichtingen onterecht heeft genegeerd. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten feitelijke grondslag missen. Het hof had concrete tekortkomingen vastgesteld en de medische problematiek was niet eerder ingebracht, waardoor sprake is van een ontoelaatbaar feitelijk novum.
De Hoge Raad concludeert tot toepassing van art. 80a lid 1 RO en verwerpt het cassatieberoep, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief is bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare schending van de informatieplicht.