ECLI:NL:PHR:2014:2195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing partneralimentatie wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Het huwelijk tussen partijen werd op 24 juli 2012 ontbonden. De man verzocht vervolgens de vrouw te veroordelen tot betaling van een bijdrage in zijn levensonderhoud van € 822 per maand. De rechtbank kende dit toe, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af, omdat de man onvoldoende had onderbouwd dat zijn gezondheidsklachten hem verhinderen om het minimumloon te verdienen.
De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, stellende dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom hij geen aanspraak meer zou hebben op partneralimentatie en dat het oordeel over zijn verdiencapaciteit tegenstrijdig was. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man geen behandeling in cassatie rechtvaardigen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.
Het hof had terecht overwogen dat van de man mag worden verwacht dat hij zich inspant om inkomsten te genereren, gelet op zijn opleidingsniveau en arbeidsverleden, en dat de medische stukken onvoldoende aantonen dat zijn depressieve en rugklachten hem verhinderen te werken. De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel dat de man zijn behoefte niet kan onderbouwen en dat de partneralimentatie daarom niet toekomt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard, waarmee het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen.