Conclusie
2.Procesverloop
primairveroordeling van [eiser 1] tot nakoming van de koopovereenkomst, en
subsidiairveroordeling van [eiser 1] en Crane Group tot vergoeding van de geleden schade (zie rov. 4.1 van het bestreden arrest, en zie rov. 3.1 van het in eerste aanleg gewezen tussenvonnis van 27 juli 2011).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onaanvaardbaaris om [eiser c.s.] te houden aan de voorwaarden waaronder een geldig beroep op het financieringsvoorbehoud kon worden gedaan (zie rov. 4.8). Het hof heeft bij dat oordeel onder meer in aanmerking genomen dat die voorwaarden juist in de overeenkomst waren opgenomen omdat het tussen partijen op dit punt eerder was misgegaan, dat [eiser c.s.] deskundige bijstand hebben gehad bij het aangaan van de overeenkomst, en dat niet althans niet voldoende gesteld of gebleken is dat [eiser c.s.] zich tijdig hebben ingespannen om de vereiste twee schriftelijke afwijzingen te bemachtigen (zie rov. 4.8). Een en ander geldt naar oordeel van het hof ook indien aangenomen zou moeten worden dat – zoals [eiser c.s.] gesteld hebben – de financiering door [eiser c.s.] voldoende tijdig en zorgvuldig was aangevraagd en de banken hoe dan ook niet bereid waren om de financiering te verstrekken (zie rov. 4.9: “Het voorgaande brengt tevens mee …”, waarmee het hof kennelijk mede doelt op hetgeen in rov. 4.8 is overwogen). Dit oordeel van het hof omtrent het beroep van [eiser c.s.] op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, ook niet in het licht van de stellingen en betogen van onderdelen 1.1 t/m 1.4. Het genoemde oordeel wordt dan ook tevergeefs bestreden. De klachten geven geen aanleiding tot een nadere bespreking.
geenverband met de vraag of [eiser 1] en Crane Services ten tijde van de aanwijzing van Crane Services als contractspartij (op 7 november 2011) erop mochten vertrouwen dat de aangevraagde financiering ook verstrekt zou worden (zie rov. 4.15, een na laatste volzin; zie ook rov. 4.22).