Conclusie
1.Voorgeschiedenis
( [1] )- ingediend verzoekschrift tot cassatie beroep in cassatie ingesteld.
( [2] )Door 3-in-1 is geen verweerschrift ingediend. [verzoeker] heeft afgezien van het geven van een nadere schriftelijke toelichting op de cassatieklachten.
2.Bespreking van het cassatieberoep
“Naar het oordeel van het hof is toepassing van artikel 3:13 lid 2 BW Pro in dit geval niet aan de orde. Het aanvragen van het faillissement is immers het gevolg van het feit dat [verzoeker] gedurende langere tijd meerdere opeisbare schulden, waaronder die aan 3-in-1 onbetaald laat, terwijl niet aannemelijk is geworden dat [verzoeker] bereid en in staat is deze op korte termijn alsnog te voldoen.”( [3] )
“dat er wel baten beschikbaar (kunnen) komen waaruit betalingen kunnen worden gedaan”. Omtrent de beweerde opdracht worden, anders dan bepaald in de reden zou hebben gelegen, in het geheel nadere inlichtingen verstrekt. Niets wordt gezegd omtrent de aard en inhoud van de opdracht en ook wordt niets vermeld over de mogelijke inkomsten uit de opdracht en daaruit voortvloeiende capaciteit om schulden te gaan voldoen. De mededeling omtrent de opdracht bood daardoor aan het hof geen enkel houvast, ook niet voor wat betreft de toekomst van de onderneming van [verzoeker] waarover in § 6.5 van het cassatieverzoekschrift wordt gerept. De hieraan gekoppelde bewering dat het faillissement van [verzoeker] is aangevraagd met geen ander doel dan om hem te schaden en dat het faillissement hem onevenredig raakt, mist dan ook goede grond.
( [4] )