ECLI:NL:PHR:2014:235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de last tot tenuitvoerlegging van taakstraf ter vervanging van voorwaardelijke vrijheidsstraf
Het Gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal en een gevangenisstraf van 30 dagen opgelegd, waarvan 20 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 40 uren met een subsidiaire hechtenis van 20 dagen. Daarnaast heeft het hof een last tot tenuitvoerlegging gegeven van een taakstraf van 30 uren met een subsidiaire hechtenis van 15 dagen ter vervanging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad beoordeelde drie middelen van cassatie, waarbij de eerste twee middelen faalden omdat zij onvoldoende onderbouwd waren of niet als cassatiemiddel konden worden aangemerkt. Het derde middel betrof de vraag of de duur van de vervangende hechtenis de duur van de niet tenuitgevoerde straf mocht overschrijden.
De Hoge Raad concludeerde dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om een vrijheidsstraf van langere duur op te leggen dan de niet tenuitgevoerde straf. Hoewel formeel gezien gevangenisstraf zwaarder is dan hechtenis, kan een vervangende hechtenis die langer duurt dan de oorspronkelijke straf als onbegrijpelijk worden beschouwd. In dit geval was het verschil slechts één dag, waardoor het middel faalde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de last tot tenuitvoerlegging van de taakstraf niet in strijd is met de wet, maar dat de opgelegde vervangende hechtenis wel strijdig is met de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de last tot tenuitvoerlegging van de taakstraf niet in strijd is met de wet, maar dat de opgelegde vervangende hechtenis wel strijdig is.