ECLI:NL:PHR:2014:2418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken putatief noodweerexces
Het cassatieberoep van verdachte richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof geen beslissing heeft gegeven op het beroep op putatief noodweerexces. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het aangevoerde niet als een dergelijk verweer hoefde te beschouwen, mede omdat noch verdachte noch diens raadsman dit als zodanig heeft gekwalificeerd.
Daarnaast blijkt uit de feiten niet dat verdachte verschoonbaar heeft gedwaald over de feitelijke situatie. De vrees van verdachte dat het latere slachtoffer de tuin zou betreden om de mishandeling van zijn vriendin voort te zetten, vormt geen begin van een beroep op putatief noodweerexces, maar toont juist aan dat er geen ogenblikkelijk dreigend gevaar was voor een voortzetting van de wederrechtelijke aanranding.
Op grond hiervan concludeert de Hoge Raad dat het middel niet tot cassatie kan leiden en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroep op putatief noodweerexces.