Conclusie
Het eerste middel
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens poging tot zware mishandeling op 6 juli 2010 in een Chinees restaurant te Vaals. Verdachte en het slachtoffer waren collega-koks en raakten in een woordenwisseling die escaleerde tot een worsteling waarbij messen werden gebruikt. Het hof achtte bewezen dat verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, onder meer omdat hij bewust de confrontatie was aangegaan om het mes van het slachtoffer te bemachtigen.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name dat het hof ten onrechte had aangenomen dat verdachte opzettelijk richting het slachtoffer liep en dat het pakken van het mes niet per se opzet op zwaar lichamelijk letsel impliceert. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had vastgesteld dat verdachte stekende bewegingen maakte en dat het aannemen van voorwaardelijk opzet op basis van het aangaan van de confrontatie onvoldoende was.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin voorwaardelijk opzet alleen werd aangenomen als het gedrag direct tot het letsel had geleid en niet op basis van voorafgaand risicovol gedrag. De conclusie was dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk was en het middel slaagde. Het tweede middel werd niet behandeld. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor een passende beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet op poging zware mishandeling.