Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van gekwalificeerde doodslag tijdens een overval op een juwelier. De overval werd gepleegd met twee wapens, waarvan één echt en geladen, en leidde tot het dodelijk neerschieten van het slachtoffer.
Verdachte stelde in cassatie dat het bewezenverklaarde opzet en medeplegen niet konden worden afgeleid uit het bewijsmateriaal, omdat hij dacht dat het wapen van zijn mededader nep was en hij geen opzet had op de dood van het slachtoffer. Het hof oordeelde echter dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat er zou worden geschoten, omdat hij op de hoogte was van het echte wapen en het gezamenlijke plan om de overval te plegen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en benadrukt dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist, waarbij ook de intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht moet zijn. Het feit dat verdachte en medeverdachte samen de overval voorbereidden en uitvoerden met kennis van het echte wapen, maakt medeplegen aannemelijk. Het cassatiemiddel wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.