ECLI:NL:PHR:2014:2568

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2014
Publicatiedatum
13 januari 2015
Zaaknummer
14/03227
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep na afwijzing alternatieve scenario en bevestiging opzet

Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014. Verzoeker heeft tijdig twee middelen van cassatie ingediend. Het eerste middel klaagt dat het hof het door de verdediging geschetste alternatieve scenario onterecht en onbegrijpelijk heeft verworpen. Het hof heeft dit scenario besproken en als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde geschoven. De conclusie is dat hiertegen geen onjuistheid of onbegrijpelijkheid kan worden vastgesteld.

Het tweede middel betreft het bewezenverklaarde opzet op de dood van de mannelijke bewoner van het huis. Anders dan door verzoeker gesteld, kan het hof het (voorwaardelijk) opzet uit de bewijsconstructie afleiden. Gezien het voorgaande leidt geen van de middelen tot cassatie.

Daarom wordt voorgesteld het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelt en het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Conclusie

Nr. 14/03227
Zitting: 9 december 2014
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende twee middelen van cassatie ingezonden.
2. Het
eerste middelklaagt dat het Hof het alternatieve scenario dat door de verdediging is geschetst op onjuiste dan wel op onbegrijpelijk gronden is verworpen. Het Hof heeft het alternatieve scenario besproken en als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde geschoven. Daaraan kan ik niet iets onjuist of onbegrijpelijks ontdekken. Het
tweede middelklaagt over het bewezenverklaarde opzet op de dood van de mannelijke bewoner van het huis. Anders dan de steller van het middel wil, kan het (voorwaardelijk) opzet uit de door het Hof gebezigde bewijsconstructie worden afgeleid.
3. Nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden, stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG