Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
fair balance. Belanghebbende acht de rechtspraak van het EHRM in de zaak
Hutten-Czapskaook relevant voor zijn belastingzaak. In deze rechtspraak (zie hierna in 5.2 en 5.3) achtte het EHRM onder meer belang dat een verhuurder in staat is om een
decent profitte behalen met diens investering. Volgens belanghebbende dient de belastingheffing in box 3 zodanig te worden ‘afgesteld’ dat hij in staat is om een nettorendement van 4% te behalen met de woningen.
4.De relevante regelgeving
Bent u bekend met de signalen uit de praktijk, dat voor veel particuliere verhuurders van woningen de besluitswijziging per 1-1-2010 leidt tot een extreme belastingverhoging, zoals te lezen is in het artikel ‘Hogere waardering van box 3 vastgoed in 2010?’ [15]
5.Relevante rechtspraak van het EHRM
6.Relevante rechtspraak van de Hoge Raad over het eigendomsrecht
Hutten-Czapskameebrengt dat van de eigenaar van verhuurde woningen geen rioolrecht mag worden geheven voor zover dat recht niet aan de huurders kan worden doorberekend. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend, daartoe overwegende:
Nobel –dat het Nederlandse systeem in overeenstemming is met het recht van eigendom: [28]
7.Beschouwing
lawfulness), (ii) een legitieme doelstelling in het algemeen belang nastreeft (het vereiste van een
legitimate aim), en (iii) er een redelijke en proportionele verhouding bestaat tussen het legitieme doel in het algemeen belang en de bescherming van individuele rechten (
fair balance). Van een redelijke verhouding is geen sprake indien de betrokken persoon wordt getroffen door een individuele en buitensporige last. Waar het gaat om de beoordeling van wat in het algemeen belang is en de keus van de middelen om dit belang te dienen, komt de wetgever op belastinggebied een ruime beoordelingsvrijheid toe.
lawfulnessveronderstelt dat het toepasselijke nationale recht voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar in de uitoefening is. Het Hof heeft in cassatie onbestreden geoordeeld dat de regeling in art. 5.20, lid 3, Wet IB 2001 juncto art. 17a UBIB in overeenstemming is met deze vereisten. Het vereiste van
lawfulnessbrengt verder mee dat iedere maatregel die het ongestoorde genot van eigendom aantast vergezeld moet gaan van procedurele garanties die de betrokkene een redelijke mogelijkheid bieden tot effectieve betwisting van de effectiviteit van die maatregel. [31] Bij de beoordeling van de
lawfulnessvan een belastingmaatregel geldt dat een grote vrijheid toekomt aan de overheid. [32]
unlawful.
lawfulness.
fair balance). Bij de proportionaliteitstoets beschikt de overheid op belastinggebied over een ruime beoordelingsvrijheid. Er is niet sprake van een
fair balanceals een betrokkene wordt geconfronteerd met een
individual and excessive burden.
Hutten-Czapska, Nobel) en de ter zake van de verhuurde woning verschuldigde
property taxte voldoen (
Urbárska, Lindheim, Nobel). Verder moet er na het voldoen van deze vaste lasten een redelijke winst (
decent profit) overblijven voor de verhuurder (
Hutten-Czapska,
Nobel,
Bittó).
Nobel(zie hiervoor in 5.7) achtte het EHRM van belang dat een van de verhuurders de woning in verhuurde staat had gekocht. In zijn noot in EHRC 2013/271 bij genoemd arrest toonde Stevens zich kritisch over deze overweging:
8.Beoordeling van de klachten
fair balance.
fair balanceals op belanghebbende een individuele en buitensporige last wordt gelegd. Of daarvan sprake is dient te worden beoordeeld op basis van alle omstandigheden van het geval en vergt dus een beoordeling van de feiten. Belanghebbende heeft in feitelijke instanties informatie bestaande uit financiële gegevens en kengetallen van de woningen aangevoerd ter onderbouwing van zijn aldaar ingenomen standpunt dat de waarde van de woningen in box 3 onjuist is bepaald. Die informatie is door de Inspecteur niet weersproken, maar daartoe bestond gelet op het geschil in eerste en tweede aanleg ook geen aanleiding. Ook de feitenrechters hebben in hun uitspraken geen aandacht besteed aan de door belanghebbende overgelegde informatie over de woningen. Door thans in cassatie voor het eerst het standpunt in te nemen dat art. 1 EP Pro is geschonden, vraagt belanghebbende van de Hoge Raad om als eerste rechter te oordelen over de feiten met betrekking tot de woningen. Daarvoor is de cassatieprocedure niet bedoeld. Belanghebbendes stelling moet derhalve worden aangemerkt als een niet toelaatbaar novum in cassatie.