ECLI:NL:PHR:2014:258

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2014
Publicatiedatum
8 april 2014
Zaaknummer
13/02212
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening ondanks volmacht

In deze zaak heeft het gerechtshof Den Haag de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het beroep pas op 13 september 2012 werd ingesteld, terwijl de beroepstermijn op 10 september 2012 was verstreken. De verdachte had binnen veertien dagen na het vonnis van 27 augustus 2012 hoger beroep moeten instellen.

De verdediging stelde dat tijdig, op 10 september 2012, een faxbericht met een volmacht aan de griffier van het hof was gestuurd, waarmee het beroep tijdig zou zijn ingesteld. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hoger beroep moet worden ingesteld bij de griffie van het gerecht dat de beslissing heeft genomen. Het enkel verzenden van een volmacht naar de griffie van een ander gerecht is onvoldoende om de termijn te respecteren.

Er is geen sprake van een administratieve vergissing bij de griffie van het hof en ook niet dat de griffier de advocaat te laat heeft geïnformeerd. De Hoge Raad bevestigt dat het hof het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn, ondanks de tijdige volmacht aan een andere griffie.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening bij de juiste griffie ondanks tijdige volmacht aan een andere griffie.

Conclusie

Nr. 13/02212
Mr. Vegter
Zitting 11 februari 2014
Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Den Haag van 26 april 2013. Er is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingekomen.
2. Het
middelheeft betrekking op de volgende overweging van het Hof: “De verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg in persoon verschenen. De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na het op 27 augustus 2012 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 13 september 2012 hoger beroep ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.” Volgens het middel is de beslissing om verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd nu tijdig en wel op 10 september 2012 bij faxbericht de griffier bij het Hof ’s-Gravenhage is gemachtigd beroep in te stellen.
Van een administratieve vergissing bij de griffie van het Hof blijkt niet; evenmin blijkt dat de griffier van het Hof de gemachtigde advocaat pas na het verstrijken van de beroepstermijn op de hoogte heeft gesteld van diens vergissing. Wel blijkt dat de daartoe gemachtigde advocaat alsnog op 13 september 2012 naar de Rechtbank Den Haag een faxbericht heeft verzonden met een machtiging aan de griffier om beroep in te stellen. De beslissing van het Hof dat het beroep te laat is ingesteld is juist en toereikend gemotiveerd.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG