Conclusie
ambtshalvegenomen beslissing tot ontslag van een bewindvoerder. Hoeveel ruimte heeft de appelrechter om aan het ontslag een andere reden ten grondslag te leggen?
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
ambtshalvegegeven ontslag houdt verband met de toezichthoudende taak van de kantonrechter [7] . Omdat de rechthebbende zelf (tijdelijk of duurzaam) niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen [8] , zal iemand anders toezicht moeten houden op de wijze waarop de bewindvoerder zich van zijn taken kwijt. De wetgever heeft, binnen zekere grenzen, de kantonrechter hiermee belast [9] .
intakedoor een nieuwe bewindvoerder na een ontslag van de vorige bewindvoerder ook het maken van een nieuwe inventarisatie. Kennelijk zijn in het kader van die nieuwe inventarisatie, dus na de beschikking in eerste aanleg, feiten en omstandigheden naar voren gekomen die ter zitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht als kritiek op de wijze waarop de moeder in het verleden haar taak als bewindvoerster heeft uitgeoefend.
reformatio in peius(een beslissing in hoger beroep waardoor de moeder in een rechtspositie komt te verkeren die ongunstiger is dan die, waarin zij door de beslissing van de kantonrechter was gebracht) is in dit geval geen sprake. De beschikking van het hof moet m.i. zo worden opgevat dat het hof in het midden laat of de grieven van de moeder (over de onderlinge verhouding tussen de moeder en de zuster en de betekenis daarvan voor de uitoefening van het bewindvoerderschap) opgaan. Het hof heeft gebruik gemaakt van de devolutieve werking van een hoger beroep. Met andere woorden: veronderstellenderwijs aannemend dat de grieven van de moeder tegen de door de kantonrechter gebezigde ontslagreden (de tweespalt tussen de moeder en de zuster) slagen, dan nog levert hetgeen uit de mededelingen van de nieuwe bewindvoerster in appel is gebleken over de wijze waarop de moeder het bewind heeft gevoerd en (financieel) daarover verantwoording heeft afgelegd, volgens het hof voldoende grond op om de moeder als bewindvoerster ambtshalve te ontslaan.