Conclusie
algemene matigingsbevoegdheidzoals vervat in art. 36e Sr. te matigen, en wel tot nihil of tot een zodanig bedrag als uw hof billijk voorkomt. Uit bijgaand door kliënt opgesteld overzicht van disciplinaire maatregelen en kosten dd 9 november 2011 blijkt dat deze gehele 'affaire' kliënt behalve veel levensvreugde ongeveer € 300.000,00 heeft gekost aan gederfd inkomen, spaarloon, pensioen en advocatenkosten. Evenals het hof te 's-Gravenhage bij arrest dd 3 april 2009 in de strafzaak met betrekking tot de strafmaat heeft overwogen, is hiertoe alle aanleiding: 'gelet op de vergaande ambtenaarrechtelijke sancties die aan de verdachte zijn opgelegd en de aanzienlijke gevolgen die deze sancties voor hem hebben gehad (ook in financieel opzicht)...';
redelijke termijnwaarbinnen de berechting in ook ontnemingsprocedures moet plaatsvinden (vgl. HR 17 juni 2008, NJ
kanvaststellen dan het geschatte voordeel en dat hij daartoe zelfs ambtshalve bevoegd is. Grammaticale interpretatie van het vijfde lid verzet zich naar mijn mening niet tegen het aannemen van een algemene matigingsbevoegdheid, een rechterlijke bevoegdheid tot matiging dus die verder strekt dan de gevallen waarin de draagkracht aan de orde is. Dat in de praktijk de matigingsbevoegdheid vooral wordt toegepast bij het ontbreken van draagkracht, doet daaraan niet af.
moetdus worden gematigd. Maar wanneer
kandan (facultatief) de rechter gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid? Dat moeten logischerwijs andere gevallen zijn dan het draagkracht-geval waarop het aangehaalde arrest van de Hoge Raad betrekking heeft. Er is gelet op dit arrest geen reden aan te nemen dat ook in deze andere gevallen de draagkracht op enigerlei wijze een rol zou moeten spelen (dan niet in ontbrekende maar in gebrekkige zin).