ECLI:NL:PHR:2014:265
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake teruggave bromscooteronderdelen wegens onbegrijpelijke motivering
De zaak betreft een beklag van een beslagene tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht die het klaagschrift ongegrond verklaarde inzake het niet-teruggeven van bepaalde bromscooteronderdelen (kappenset en buddyseat) die in beslag waren genomen op verdenking van diefstal.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave, omdat niet was uitgesloten dat de onderdelen van diefstal afkomstig waren en verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk was. Het openbaar ministerie had echter opdracht gegeven de kappenset en buddyseat terug te geven aan de aangever, wat tot tegenstrijdige standpunten leidde.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank onbegrijpelijk heeft geoordeeld omdat het OM zich op het standpunt stelde dat de onderdelen konden worden teruggegeven, en dat de teruggave feitelijk al had plaatsgevonden. Hierdoor is het niet meer aannemelijk dat verbeurdverklaring zal volgen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling. Tevens wordt opgemerkt dat een prematuur teruggegeven beslaggoed in beginsel recht op schadevergoeding kan geven.
De conclusie van de AG benadrukt dat het belang van strafvordering niet meer aanwezig is en dat de rechtbank een kritische houding had moeten aannemen ten aanzien van het wisselende standpunt van het OM.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug vanwege een onbegrijpelijke motivering omtrent het belang van strafvordering en de feitelijke teruggave van de bromscooteronderdelen.