ECLI:NL:PHR:2014:2689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM wegens onvolledig proces-verbaal en verwijst zaak terug
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte omdat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet voldeed aan de eisen van artikel 326, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het proces-verbaal ontbrak onder meer de verklaring van de verdachte, een getuige en een deel van de door de verdediging gevoerde verweren.
Het hof oordeelde dat dit verzuim onherstelbaar was en dat het OM daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard, ondanks dat het verzuim niet aan het OM te wijten was. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het proces-verbaal onvolledig was, dit niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het hof had de zaak kunnen vernietigen en opnieuw kunnen behandelen, waarbij de verdachte, getuige en verdediging opnieuw gehoord hadden kunnen worden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest dat het OM niet-ontvankelijk verklaarde en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.