ECLI:NL:PHR:2014:2689

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2014
Publicatiedatum
20 januari 2015
Zaaknummer
13/06374
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM wegens onvolledig proces-verbaal en verwijst zaak terug

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte omdat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet voldeed aan de eisen van artikel 326, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het proces-verbaal ontbrak onder meer de verklaring van de verdachte, een getuige en een deel van de door de verdediging gevoerde verweren.

Het hof oordeelde dat dit verzuim onherstelbaar was en dat het OM daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard, ondanks dat het verzuim niet aan het OM te wijten was. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen deze beslissing.

De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het proces-verbaal onvolledig was, dit niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het hof had de zaak kunnen vernietigen en opnieuw kunnen behandelen, waarbij de verdachte, getuige en verdediging opnieuw gehoord hadden kunnen worden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest dat het OM niet-ontvankelijk verklaarde en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 13/06374
Mr. Harteveld
Zitting 18 november 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Den Haag heeft het Openbaar Ministerie bij arrest van 20 november 2013 niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte. In eerste aanleg was de verdachte wegens gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken.
2. Het beroep in cassatie is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. De Advocaat-Generaal mr. H.H.J. Knol heeft een schriftuur houdende een middel van cassatie ingezonden.
3.1. Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte, nu het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet voldoet aan de in artikel 326, tweede lid Sr gestelde eisen.
3.2. Het Hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep vastgesteld dat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg onvolledig is doordat in het proces-verbaal de verklaring van de verdachte, de verklaring van de aldaar gehoorde getuige, alsmede een deel van de door de verdediging gevoerde verweren ontbreken en dat de zittingsaantekeningen van de griffier blijkens een notitie in het dossier in het ongerede zijn geraakt. Het Hof heeft, voor zover van belang, het volgende overwogen:
“Ter terechtzitting in hoger beroep is het hof gebleken dat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet voldoet aan de in artikel 326 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen. Immers, in genoemd proces-verbaal ontbreekt de verklaring van de ter terechtzitting verschenen verdachte en blijkens mededeling van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep ontbreekt eveneens de verklaring van de ter terechtzitting verschenen getuige [getuige]. Het verhoor van de genoemde getuige is zelfs niet gemeld in het proces-verbaal. Daarnaast ontbreekt volgens de raadsman in het proces-verbaal een deel van de door de verdediging gevoerde verweren. Het hof acht dit, nu de verdediging niet meer in een gelijke rechtspositie kan worden gebracht als in eerste aanleg, een onherstelbaar verzuim dat dusdanig ernstig is dat, hoewel dit niet te wijten is aan het openbaar ministerie, dit dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging van de verdachte.”
3.3. Het betreft hier een verzuim dat zozeer strijdt met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt. [1] Ik zie evenwel niet in waarom dit, zoals het Hof heeft vastgesteld, een onherstelbaar vormverzuim oplevert dat dusdanig ernstig is dat dit dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging: daarvoor is immers slechts in uitzonderlijke gevallen plaats, terwijl het Hof de bestreden uitspraak had kunnen vernietigen en op het bestaande hoger beroep had kunnen berechten en afdoen. [2]
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Gerechtshof Den Haag, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV7162, NJ 2006/368.
2.In dat kader merk ik op dat de in hoger beroep verschenen verdachte aldaar opnieuw een verklaring had kunnen afleggen, de aanwezige raadsman de in eerste aanleg gevoerde verweren opnieuw had kunnen voeren en de in eerste aanleg gehoorde getuige opnieuw opgeroepen en gehoord had kunnen worden.