Conclusie
eerste middelis kansloos, nu – anders dan de steller van het middel van mening is – aan de bewijsminimumregel zoals bedoeld in art. 342, tweede lid, Sv is voldaan. Het Hof heeft immers het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan geenszins uitsluitend aangenomen op de verklaring van één getuige, maar allereerst in het arrest een overweging aan het bewijs gewijd en blijkens de aanvulling op het arrest de volgende bewijsmiddelen gebruikt: verklaringen van verdachte (nrs. 26 en 27), verklaringen van getuigen (nrs. 11 en 28), verslagen van telefoongesprekken (nrs. 2 t/m 7, 12 t/m 15, 18, 20 t/m 22, 24, 25), weergave van sms-berichten (nrs. 16,17 en 23), een proces-verbaal bevindingen (nr. 19), een proces-verbaal van testen en wegen (nr. 10) en een proces-verbaal van observatie (nr. 8). Ook overigens heeft het Hof de bewezenverklaring uit de gebezigde bewijsmiddelen in combinatie met de in het arrest vervatte nadere bewijsoverweging kunnen afleiden.
tweede middelfaalt, nu het Hof hetgeen de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard geenszins behoefde op te vatten als een zogenaamd Meer en Vaart-verweer (dan wel enig ander uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv). De verdachte heeft immers niet een met de bewezenverklaring onverenigbare, maar door de bewijsmiddelen niet uitgesloten alternatief scenario naar voren gebracht, maar slecht een mogelijkheid geopperd (“Misschien moest ik toen een auto-onderdeel ophalen”).
derde middelfaalt eveneens, nu het Hof de in het middel bedoelde verklaring van de verdachte geenszins heeft gedenatureerd. Dat de verdachte zich niet meer kan herinneren waarom hij op 6 november 2008 voor [betrokkene 1] bij [betrokkene 2] is geweest, maakt niet dat het Hof aan bedoelde verklaring een wezenlijk andere betekenis heeft toegekend. Daar komt bij dat bedoelde verklaring in ieder geval in zoverre redengevend voor het bewijs is, dat de verdachte beide bedoelde personen kende en op de bewezenverklaarde datum voor de één bij de ander is geweest.