ECLI:NL:PHR:2014:2747

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2014
Publicatiedatum
22 januari 2015
Zaaknummer
13/03398
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende gemotiveerd vrijspraakverweer in poging tot afpersing

Het beroep in cassatie betreft een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot afpersing. Verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende gemotiveerd voorbij was gegaan aan zijn uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat vrijspraak moest volgen.

De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht geloof hechtte aan de verklaringen van de aangever en dat het standpunt van de verdediging dat geen sprake was van poging tot afpersing, werd weerlegd door de bewijsmiddelen. Hierdoor kon het middel niet slagen.

Op grond hiervan stelde de Advocaat-Generaal zich op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De zaak hangt samen met andere zaken waarin gelijktijdig conclusies zijn genomen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerd vrijspraakverweer.

Conclusie

Nr. 13/03398
Zitting: 2 december 2014
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [1]
2. Het middel, dat klaagt dat Hof onvoldoende gemotiveerd voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt strekkende tot vrijspraak, faalt. Het hof heeft in een bewijsmotivering overwogen dat en waarom het, in afwijking van de verdediging, wel geloof hecht aan de tot bewijs gebezigde verklaringen van de aangever, en mede gelet daarop vindt het standpunt van de verdediging dat van de ten laste gelegde poging tot afpersing geen sprake is geweest, zijn weerlegging in de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 13/04457 en 14/03259, waarin ik vandaag eveneens concludeer.