ECLI:NL:PHR:2014:2771
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte was door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van een feit onder de Opiumwet. Tegen dit vonnis stelde de verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur houdende middelen van cassatie worden ingediend door een raadsman. De aanzegging was op 3 juli 2014 betekend. Binnen deze termijn werd echter geen schriftuur ingediend.
Daarom heeft de Procureur-Generaal geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld omdat niet aan de formele vereisten is voldaan.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.