ECLI:NL:PHR:2014:2796
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens ontbreken schriftuur in cassatie
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 in verband met een ongeval waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend aan de griffier van de Rechtbank te ’s-Gravenhage en aan de raadsman van de verdachte, ondanks dat de verdachte zelf geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had.
Echter heeft de verdachte binnen de wettelijke termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv, en kan de verdachte niet in cassatie worden ontvangen.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.