Conclusie
[verweerder 1],wonende te [woonplaats],
[verweerder 2],wonende te [woonplaats],
[verweerster 3],gevestigd te [vestigingsplaats],
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak betreft het een geschil over een projectontwikkeling waarbij eiser klachten had over gebreken in de prestatie van verweerders. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat eiser pas in februari 2009 concreet klaagde, terwijl de gebreken hem al eerder bekend hadden kunnen zijn, namelijk eind 2005 tot april 2008.
Het hof achtte de klacht te laat vanwege onder meer het tijdsverloop, de kennis die eiser als oud-aannemer geacht mocht worden te hebben, zijn overname van ontwikkelingsrechten en het feit dat hij regelmatig contact met verweerders had. Door het late klagen konden verweerders hun schade niet beperken.
Eiser stelde in cassatie dat hij eerder had geklaagd en verweerders hem hadden gerustgesteld, maar deze klachten werden door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard omdat zij feitelijk niet konden leiden tot cassatie. Het hof had een begrijpelijk oordeel gegeven, ook gelet op de omstandigheden en de risico-overname door eiser.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is op grond van artikel 80a RO, waarmee de afwijzing van de vordering door het hof stand houdt.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late klacht, waardoor de vordering van eiser is afgewezen.