Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte heeft overwogen dat het Schadefonds Openlijk Geweld kan worden aangemerkt als een instelling als bedoeld in art. 14c, tweede lid, onder 4 Sr.
tweede middelklaagt over het oordeel van het Hof dat geen sprake is van strijd met het legaliteitsbeginsel.
derde middelklaagt dat het Hof ten onrechte verband heeft gelegd tussen het handelen van de verdachte enerzijds en de schade die aan particulieren is toegebracht anderzijds.
vierde middelkomt op tegen de door het Hof gestelde termijn van drie maanden na 25 juli 2013, waarbinnen het bedrag van € 500,- in het Schadefonds Openlijk Geweld dient te worden gestort, nu deze termijn inmiddels is verstreken.