ECLI:NL:PHR:2014:2824

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
3 februari 2015
Zaaknummer
14/01381
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn schriftuur

Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van honderd dagen wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door de raadsman van verdachte.

De aanzegging van het cassatieberoep werd op 30 april 2014 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet de schriftuur met middelen binnen twee maanden na betekening worden ingediend. De schriftuur is echter pas op 1 juli 2014 ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn valt.

De verdediging stelde dat de schriftuur tijdig per fax was verzonden naar de griffie van het hof Amsterdam, maar dit is niet relevant omdat de griffie niet de juiste instantie is en er geen doorzendplicht geldt. Ook indien de schriftuur naar de griffie van het hof Den Haag was gezonden, leidt dit niet tot een ander oordeel.

De Hoge Raad concludeert dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd en verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens te late indiening van schriftuur.

Conclusie

Nr. 14/01381
Zitting: 16 december 2014
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te Den Haag heeft, onder aanvulling van gronden, bij arrest van 14 november 2013 bevestigd een vonnis van de rechtbank Den Haag d.d. 19 juni 2013, waarbij de verdachte ter zake van
“poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van honderd dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro, en is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij.
2. Namens de verdachte heeft [...] , advocaat te Den Haag, beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 30 april 2014 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. De schriftuur is eerst binnengekomen op 1 juli 2014.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG