Conclusie
middelklaagt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezigen van de woorden: “Jij bent een mierenneuker” onder de door het Hof genoemde omstandigheden de strekking hadden de verbalisant in zijn eer en goede naam aan te tasten, te meer nu de door het Hof genoemde omstandigheden niet afwijken van de door het Hof in zijn arrest van 1 november 2010 geschetste context, dan wel dat dit bestreden oordeel onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is. [3]