Op 13 mei 2009 reed verdachte met zijn auto tijdens een verkeerscontrole in Dordrecht weg terwijl twee agenten, leden van het verkeershandhavingsteam, aan het geopende linkerportier van zijn auto hingen. Hierdoor werden zij meegesleurd en liepen zij letsel op. Het hof veroordeelde verdachte voor poging tot opzettelijk zwaar lichamelijk letsel en legde een taakstraf op.
Verdachte stelde in hoger beroep dat hij niet bewust was weggereden en dat hij niet merkte dat het portier open was en dat hij bij zijn gordel werd vastgepakt. Hij voerde aan dat hij per ongeluk gas had gegeven. Het hof achtte dit niet aannemelijk en concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de agenten zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring voldoende met redenen had omkleed ondanks de tegenstrijdigheid met de verklaring van verdachte. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de veroordeling van verdachte in stand.