Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“(t)evens (…) cassatie (wordt) ingesteld tegen de beschikking van 8 maart 2012, waar een beslissing is genomen over de kinderalimentatie (bladzijde 4 t/m 5 van die beschikking - zie boven).”
dieprocedure van de definitieve alimentatiebijdrage voor de kinderen op € 300,- per kind per maand (zie ook het gestelde op p. 2 van die beschikking:
“Gelet op het voorgaande zal de rechtbank thans als definitieve bijdrage voor de kinderen in de onderhavige procedure bepalen dat de man ten behoeve van [kind 2]([kind 2]; LK)
en [kind 3] een bijdrage van € 300,- per kind per maand dient te voldoen.”).
“het inleidende verzoek van de man strekkende tot nihilstelling van de partner- en kinderalimentatie”alsnog toe te wijzen. Alhoewel de man (ook) in zijn hogerberoepschrift van 9 september 2010 heeft gerefereerd aan het feit dat naar zijn mening reeds de vaststelling van de (voorlopige) kinderalimentatie in de beschikking van 13 februari 2008 niet aan de wettelijke maatstaven voldeed en dat zich naar zijn oordeel een wijziging van omstandigheden had voorgedaan die met zich bracht dat een herbeoordeling van zijn draagkracht was gerechtvaardigd, heeft hij zich daarin (in elk geval op p. 3 in fine) ook op het standpunt gesteld dat de rechtbank in haar beschikking van 9 juni 2010 in het geheel geen rekening met zijn actuele draagkracht heeft gehouden; dat laatste is overigens juist, nu de rechtbank van een herberekening van de kinderalimentatie heeft afgezien en daartoe in die beschikking (op. 2) heeft overwogen:
op dat momentaan de wettelijke maatstaven te beantwoorden.
actuelesituatie, al dan niet in overeenstemming met de wettelijke maatstaven was. Als het hof dat heeft miskend, heeft het van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. In dat geval slaagt de klacht van het middel.
“Vermogenssituatie en lasten/schulden overzicht per heden”bevindt, omvattende een opgaaf huidige vermogenssamenstelling en hieraan gerelateerde bruto opbrengsten, overzicht exploitatielasten woonhuis [a-straat 1] te Ugchelen, overzicht exploitatielasten kamerverhuurpand [b-straat 1] te Apeldoorn, overzicht persoonlijke lasten en overzicht uitstaande schulden), dat niet duidelijk is welke gedachtegang het hof heeft geleid tot zijn beslissing dat het geschil aan de hand van artikel 1:401 leden Pro 1 en 4 moest worden beoordeeld.
actueledraagkracht niet in staat was en zich daarom noodgedwongen tot een onderzoek naar de aanwezigheid van gronden tot wijziging van de in 2008 vastgestelde kinderalimentatie heeft moeten beperken, zulks, gelet op de voorhanden stukken en mede gelet op hetgeen blijkens rov. 3.11 reeds vaststond, te weten dat de man geen inkomen uit arbeid, maar (slechts) inkomsten uit verhuur en vermogen heeft, althans zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk zou zijn. Als het hof inderdaad van oordeel zou zijn geweest dat het buiten staat was de door de rechtbank nader en definitief vastgestelde kinderalimentatie aan de actuele draagkracht van de man te toetsen, had het minst genomen op zijn weg gelegen zulks uitdrukkelijk te overwegen en nader te motiveren.
“de man zijn stelling, dat de verhuizing van [kind 1] naar hem een wijziging van zijn draagkracht kan opleveren, niet nader heeft onderbouwd”(rov. 2.16). Daarop heeft het hof zijn oordeel gebaseerd
“dat geen sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden op grond waarvan een hernieuwde beoordeling van de draagkracht van de man gerechtvaardigd is”(rov. 2.16).