Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof in strijd met het in art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv bepaalde het verweer van de verdediging ten aanzien van de straftoemeting zonder nadere motivering niet heeft gevolgd.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatie tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden dat een taakstraf van twintig uur bevestigde tegen verdachte wegens het opzettelijk niet voldoen aan een bevel van een ambtenaar. De verdediging voerde aan dat verdachte in een kliniek een behandeling onderging en daardoor niet in staat was de taakstraf uit te voeren. Tevens werd verzocht om een lagere of geheel voorwaardelijke straf.
Het hof heeft het verweer van de verdediging zonder nadere motivering verworpen en volstond met een bevestiging van het vonnis van de politierechter. De Hoge Raad oordeelt dat het hof daarmee tekort is geschoten in het respecteren van het contradictoire karakter van de procedure en het voortbouwend karakter van het hoger beroep. Het hof had de afwijking van het verweer uitvoeriger moeten motiveren, zeker omdat nieuwe omstandigheden speelden sinds het vonnis in eerste aanleg.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de straf. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.